Schiermonnikoog

Fotoimpressie

Voor meer foto’s zie: DuinenKweldersWesterplas en Wad.

 

Beschrijving

Schiermonnikoog is een nationaal park sinds 1989. Ten noorden van het eiland ligt de Noordzee en ten zuiden de Waddenzee. Het eiland is onderhevig aan afkalving en aanslibbing  door stroming en golfslag.  Het eiland verschuift door deze dynamiek langzaam richting het oosten.  Het eiland is enorm rijk aan flora en – fauna.

Typerende biotopen:

  • een zoutwatergetijdelandschap gekenmerkt door kwelders (zoals de Binnenkwelder en de Oosterkwelder) , wadplaten, slikken en slenken (zoals de Feyesslink en Korebaaksslink).
  • duinlandschap zoals de jonge kalkrijke duinen de Kobbeduinen, Willemsduin, duinen rondom de Westerplas en minder kalkrijke oude duinen zoals de Kooiduinen en de Noorderduinen.
  • polder De Banckspolder
  • vallei de Vuurtorenvallei waar in de nazomer volop parnassia bloeit.
  • zoetwaterplas de Westerplas. Rijk aan vogelsoorten.
  • naald- en loofbos
  • het wad (tijdens eb droogvallende zandplaten vol met slib die doorkliefd worden door diepere geulen; tijdens vloed wordt zoutwater vanuit de Noordzee door de zeegaten opgestuwd naar het wad)
  • brede stranden en aan de oostkant va het eiland een zandplaat genaamd ‘De Balg’
  • een relatief hoge zandplaat ‘Het Rif’ met lichte duinvorming aan de westkant van het eiland

 

Flora & Fauna

De natuur van Schiermonnikoog is ongekend rijk en gevarieerd. Zo komen door het jaar heen meer dan honderden vogelsoorten op het eiland voor, groeien er vele honderden plantensoorten en op het wad en strand meer dan 100 verschillende schelpensoorten.

Vogels: De voornaamste broedvogels in de duinen van Schiermonnikoog zijn blauwe kiekendief, eidereend, tapuit, graspieper en bergeend. In de winterperiode overwinteren in de polder talloze rotganzen en brandganzen.  Afhankelijk van het jaargetijde in en rondom de Westerplas veel watervogels zoals futen, dodaars, lepelaars, krooneenden, tafeleenden, kleine zilverreiger, smienten, pijlstaarten, aalscholvers, meerkoeten en meeuwen. In de rietkragen de roerdomp en allerlei zangvogels.

Flora: In de duinen en duinvalleien vele orchideeën zoals rietorchis, brede orchis, moerasespenorchis en de zaldzame groenknolorchis .  Verder Spaanse ruiter, slanke duingentiaan, parnassia, rolklaver, herfstbitterling, duizendguldenkruid, wintergroen en het hondsviooltje. Op de kwelders planten zoals Engels slijkgras, zeeraket,  lamsoor en zeekraal.

Waterfauna: Op het wad zeepieren. Weekdieren zoals het nonnetje en kokkel. Garnalen, mosselen, strandgapers, zeepokken en krabben.